Close

De liefde & de laatvertrekkers

05 mei 2021 11:05 / Floor Bakhuys Roozeboom
Columnist background Columnist image
F Floor Bakhuys Roozeboom (37) is schrijver en journalist. Ze woont in Amsterdam met haar vriend en twee kleine kinderen. Hier deelt ze haar verwonderingen over de belangrijke (en minder belangrijke) zaken des levens.

Mijn vriend kan niet op tijd vertrekken. Noem het een onhebbelijkheid. Noem het een genetisch defect. Noem het desnoods een ondergewaardeerd talent. Hij behoort tot de laatvertrekkers, een bijzonder en raadselachtig menstype. Het huis verlaten op het moment dat op tijd komen nog een optie is: ze kunnen het niet, ze vertikken het of - en dit is mijn vermoeden - ze leven heimelijk in een parallel universum met een heel ander begrip van tijd.

En dreigen ze door zuiver toeval toch een keer op tijd de deur uit te kunnen, dan weten ze dit onheil op het laatste moment altijd nog listig af te wenden door een item te verzinnen dat ineens per se mee moet, maar dat ze juist dan met geen mogelijkheid kunnen vinden. Sleutels, telefoons en opladers zijn hiervoor geliefde attributen. Driftig door het huis benen, zoeken, vloeken en voilà: al drie kwartier je jas aan, toch nog zwetend op de fiets. Of vloekend achter het stuur. Of rennend naar de tram.

Waar ik een gebrekkige planning zie, ziet hij overmacht

Nu denk je misschien dat laatvertrekkers lijden onder overvolle agenda’s of een chronisch gebrek aan tijd, maar dat is een misverstand. Het maakt voor een laatvertrekker namelijk niet uit of hij een drukke dag heeft of nauwelijks iets te doen. Of de afspraak een last minute idee betreft of ‘iets heel belangrijks’ dat al maanden in de agenda stond. De laatvertrekker vindt altijd een manier om alle handelingen die hij moet verrichten om het huis uit te komen in het allerlaatste beschikbare kwartier te proppen.

Mijn vriend is op dit punt een lichtend voorbeeld voor velen. Moeten we om twaalf uur de deur uit voor een lunchafspraak om half een? Dan is vijf voor twaalf het moment dat ik mijn jas aan doe en ongeduldig in de gang heen en weer begin te drentelen. Voor hem is dat het moment om nog even te gaan douchen, in zijn onderbroek een smoothie met spinazie te maken, zijn baard te trimmen, een jas te zoeken die niet te warm maar ook niet te koud is, meteen ook maar even het oud papier te verzamelen, want we lopen straks toch naar buiten. En als we eenmaal bij onze fiets staan, moet hij sowieso minstens één keer terug omdat hij zijn zonnebril is vergeten.

En het mooie is, waar ik het hele tafereel inmiddels kan dromen, komt het moment dat hij zich realiseert dat we niet meer op tijd gaan komen voor hem iedere keer weer als een verrassing.  Wie had immers kunnen vermoeden dat er vlak voor vertrek nog zoveel gedaan moest worden? Wie had kunnen voorzien dat het allemaal veel meer tijd zou kosten dan gedacht? Ik wel. Hij niet. C’est la vie. Waar ik een gebrekkige planning zie, ziet hij overmacht. Waar ik het wijt aan laksheid, gooit hij het op een bewuste keuze om het afgesproken moment hooguit als een vrijblijvende suggestie te beschouwen. Al vijftien jaar delen we alles, behalve de tijd.

Er is geen strategie waarmee je niet zélf als ontzettende zeikstraal uit de bus komt

Nu kun je denken: er zijn ergere dingen. En tuurlijk, ik weet wel beter dan de vader van mijn kinderen afrekenen op zoiets onbenulligs als laatvertrekkerij. Ik bedoel: de beste jongen kookt. Hij bouwt forten van bankkussens met zijn kinderen. Hij vindt bijna al mijn eigenaardigheden pluspunten. Ik weet allang dat ik het winnende lot in handen heb. Bovendien: wij hangen samen een romantisch doch realistisch idee van liefde aan, met als kernfilosofie dat je elkaars onhebbelijkheden maar beter kunt proberen te begrijpen dan wel gedogen en dat je vooral geen bovenmenselijke verwachtingen moet koesteren. Het lastige is alleen dat de definitie van bovenmenselijke verwachtingen van persoon tot persoon nogal verschilt.

Het grootste vraagstuk blijft: hoe moet je je als niet-laatvertrekker tot de laatvertrekker verhouden? Hoe laat je iemand vrij in zijn laatvertrekkerslifestyle als je zelf niet zo'n zin hebt overal zwetend en ‘sorry’ mompelend te arriveren? Boos worden. Passief-agressieve grapjes maken. Zuchten. Een uur, half uur, kwartier, vijf minuten voor vertrek laten weten hoe laat het is. Dan maar gewoon alléén vertrekken, liefst met slaande deur, voor maximaal dramatisch effect. Ik heb het allemaal geprobeerd en ik weet inmiddels: er is eigenlijk geen strategie te vinden waarmee je niet zélf als een ontzettende zeikstraal uit de bus komt.

Dus probeer ik maar zo goed en zo kwaad als het gaat te accepteren dat dit het punt is waar onze persoonlijkheden nu eenmaal botsen. En dat we dit gegeven misschien maar beter kunnen omarmen. Volgens een oude wijsheid moet je de strijd tussen geliefden zien als twee stenen die langs elkaar schuren en daardoor steeds gladder worden, totdat ze naadloos in elkaar passen. Met het gruis dat ontstaat door de wrijving tussen de stenen, vul je uiteindelijk de zandloper van je gezamenlijke leven. Veel kitscheriger krijg je de metaforen niet, maar ik troost me met de gedachte: straks delen we in die verrekte zandloper dan toch nog de tijd.