Close

De kleuterschool belt: 'We missen je zoon'

19 mei 2021 10:05 / Floor Bakhuys Roozeboom
Columnist background Columnist image
F Floor Bakhuys Roozeboom (37) is schrijver en journalist. Ze woont in Amsterdam met haar vriend en twee kleine kinderen. Hier deelt ze haar verwonderingen over de belangrijke (en minder belangrijke) zaken des levens.

Het telefoontje kwam toen ik op de Afsluitdijk reed. Het was de secretaresse van school. Haar boodschap even kort als verontrustend:

"We missen je zoon."

Aangezien ik diezelfde vierjarige zoon die ochtend om kwart over acht gewoon naar school had zien gaan, voorop de stang van zijn vaders fiets, groene regenjas aan, rode Cars-rugzak op, en ik zijn vader op diezelfde fiets ook weer zonder zoon had zien thuiskomen, viel die mededeling me nogal rauw op mijn dak.

Ik zat in de auto onderweg van Amsterdam naar Friesland. Voor een interview dat ook heel goed telefonisch had gekund, maar het verlangen me eindelijk weer eens een echt mens te voelen, met een afspraak, een vertrekpunt en een bestemming, was sterker geweest dan het gezond verstand. Bovendien stoorde ik me er al langer aan dat ik twintig jaar na het behalen van mijn rijbewijs nog steeds niet zo nonchalant achter het stuur schuif als ik zou willen en wilskracht is het halve werk en mindset is de rest, zo lees ik tegenwoordig dagelijks op Instagram, dus ik dacht: hup. Gewoon weer eens die auto in. Opnameapparatuur mee. Drop in het dashboardkastje. Podcast op. Gaan.

'Maar jij bent toch zijn moeder?'

En zo reed ik op de snelweg over het IJsselmeer me nét weer helemaal een vrouw van de wereld te voelen, toen het telefoontje kwam dat mijn vierjarige zoon kwijt was. Of in elk geval niet op school. Na die eerste mededeling volgde een ietwat hallucinant gesprek, waarin ik antwoordde dat ik eerlijk gezegd niet wist waar mijn zoon dan wél kon zijn, wat er bij de secretaresse duidelijk niet zomaar inging.

"Maar jij bent toch zijn moeder?"

"Eh ja. Maar ik ben nu niet thuis. Het is zijn vaders dag vandaag. Die heeft hem gebracht."

"Ja, dat kunnen wij natuurlijk niet ruiken."

"Nee, dat zeg ik toch ook niet?"

"Nee."

"Nee."

"Moeten we dan zijn vader bellen?"

"Ja, dat lijkt me nu wel het snelst. Ik zit in de auto, onderweg naar een werkafspraak en ik weet niet beter dan dan hij gewoon op school is."

"Oké."

"Oké."

Terwijl ik verder reed onder een strakblauwe lucht en aan weerszijden van de weg de zon in de golven zag schitteren, zette de gedachtentrein richting totale paniek zich langzaam in beweging. Want als ik hem die ochtend naar school had zien gaan en zijn vader was zonder hem weer thuis gekomen, maar hij zat niet in de klas: waar was hij dán?

Ik belde mijn vriend. Het contrast in onze gemoedstoestand was groot.

Was hij weggeglipt, voordat de juf alle kleuters in een koddige sliert van handenvasthoudertjes naar binnen had geleid? Was hij ongezien van het schoolplein afgedribbeld? Was hij onder een auto gelopen? Was hij meegenomen door een vreemde? Was dit, hier op de snelweg, het moment dat mijn leven voorgoed veranderde? Interessant hoe snel je als ouder van standje ‘hee, wat zou er aan de hand zijn?’ naar standje ‘Amber Alert’ kunt gaan.

Naar adem happend belde ik mijn vriend. Ik deed mijn verhaal, hij luisterde. Ik met overslaande stem, me ondertussen een weg banend tussen omleidingen en wegwerkzaamheden. Hij doodkalm crunchend op de rijstwafel die hij samen met onze 1-jarige dochter aan het eten was. Het contrast in onze gemoedstoestand was groot. Ja, hij had de secretaresse van de school ook gesproken. En nee, hij was niet ongerust. Want ja, hij had hem die ochtend gewoon in het lokaal achter zijn tafeltje zien zitten. En ja, ze hadden zelfs door het raam nog even naar elkaar gezwaaid.

"Maar hoe kan het dan dat ze hem kwijt zijn?!"

Het zou kunnen dat ik schreeuwde.

'Ja sorry daarvoor, het was een foutje'

"Doe 's rustig, joh."

"Ik ben niet rustig."

"Nee, dat merk ik."

 "Onze zoon is kwijt."

"Nee, hij is niet kwijt. Hij is daar gewoon. Ik heb gezegd dat ze het gewoon nog een keer moeten checken."

Ik was eindelijk van de Afsluitdijk af toen ik het secretariaat van de school weer aan de lijn kreeg. Mijn hart bonzend in mijn slapen, mijn handen klam aan het stuur. Dit keer nam een andere dame op. 

"Jullie belden net. Om te zeggen dat jullie mijn zoon missen."

Mijn stem klonk afgeknepen. Zij was blij dat ik belde.

"Ja sorry daarvoor. Dat was een foutje. Hij is gewoon hier."

De stilte hing nog een paar minuten zwaar in de auto. Terwijl het angstzweet op mijn huid langzaam afkoelde, zette ik met trillende vingers de podcast weer op, miste mijn afslag en kwam te laat bij mijn interview. De persoon die me opwachtte, reageerde zo begripvol als je op een verhaal over een vergissingsvermissing kunt reageren.

"Ach jee. Toch even schrikken, zoiets."

"Een beetje", zei ik.

LEES MEER OVER