Close

Je mag alles van me weten, behalve...

09 juni 2021 03:06 / Zahra Boufadiss
Columnist background Columnist image
C Columnist Zahra Boufadiss is strafrechtadvocaat in Amsterdam. Op deze plek deelt ze iedere twee weken haar visie op haar werk – en de rest van de wereld.

Een zwervende spermacel op een laken, dat donkere haartje op de badkamervloer. Iedereen die CSI heeft gekeken weet dat DNA hét wondermiddel is om misdadigers achter de tralies te krijgen. Daarom moeten bijna alle veroordeelden van misdrijven verplicht hun DNA-profiel afstaan. Na hun veroordeling valt de oproepbrief op de deurmat: ze moeten zich melden op het politiebureau. Op het politiebureau schraapt een arts met een wattenstaafje in je mond om jouw wangslijm af te nemen. Daarmee wordt vervolgens jouw unieke code – het DNA-profiel – vastgesteld en opgeslagen in een databank. Het NFI, ons nationale CSI-team, kan op die manier eerder misdrijven oplossen.

Het afnemen van DNA bij veroordeelden is niet altijd een succes. Sommigen zijn na hun rechtszaak op vrije voeten. Ze openen de brief, gooien hem linea recta in de prullenbak en geven geen gehoor aan de oproep. Sommige veroordeelden hebben simpelweg principiële bezwaren, anderen zijn Spaans benauwd voor het afstaan van hun DNA-profiel. Dat is niet zonder gevolgen: als je niet komt opdagen op jouw DNA-afspraak, kan de politie je aanhouden. Vervolgens wordt je DNA-profiel onder dwang alsnog afgenomen. Van sommigen is simpelweg geen adres bekend: die zijn onvindbaar voor alle instanties. Op die manier ontspringt 12 procent van alle veroordeelden de dans. En dat is zonde: want zo worden sommige misdrijven niet opgelost.

Jouw unieke code kan zomaar op straat liggen

Die wet moet worden aangepast, moet minister Grapperhaus hebben gedacht. Met een nieuw wetsvoorstel wil hij ervoor zorgen dat het systeem sluitend wordt. Hoe? Alle verdachten van ernstige misdrijven moeten voortaan hun DNA-profiel afstaan. Als je wordt veroordeeld, wordt het profiel definitief opgeslagen. En na vrijspraak volgt vernietiging van je profiel. Op eerste oogopslag lijkt dat een hartstikke goed idee. Meer DNA betekent meer moordenaars in de bak. Mensen die hun DNA niet willen afstaan hebben vast iets te verbergen, toch?

Maar er zitten een hoop haken en ogen aan dit wetsvoorstel, en daar maak ik me zorgen over. Het wordt vaak vergeten, maar het afstaan van je DNA-profiel is een hevige inbreuk op je recht op privacy. Daar moet voorzichtig mee worden omgesprongen. Verdachten zijn allesbehalve veroordeeld. Als er te weinig bewijs is, worden ze vrijgesproken. Soms zijn ze zelfs onterecht als verdachte aangemerkt. Het adagium is: onschuldig tot het tegendeel is bewezen. Niet andersom. Bovendien is in het verleden al gebleken dat het verwijderen van DNA-profielen uit die databank helemaal niet automatisch gaat. Dan zwerft je DNA-profiel dus ergens rond, zonder dat je het doorhebt. En zonder kennis van zaken wordt het een hele klus om je wangslijm weer uit die databank te krijgen. Tijdens corona is al gebleken dat die ICT-systemen van de overheid allesbehalve feilloos zijn. Jouw unieke code kan zomaar op straat liggen.

Het doel heiligt niet de middelen

Daarnaast worden de grenzen steeds verder verlegd. De overheid dwingt je steeds vaker en eerder om je DNA af te staan. Niet meer na een veroordeling door een onafhankelijke rechter, maar al op het politiebureau. Niet alleen voor moord- en zedenzaken, maar ook voor winkeldiefstallen. Dat er sprake is van een hellend vlak bewijst minister Grapperhaus. Hij heeft ook voorgesteld om DNA-afname verplicht te maken. Niet alleen voor veroordeelden, niet alleen voor verdachten, maar voor iedereen! Natuurlijk wil iedereen misdrijven eerder oplossen, maar het inleveren van onze privacy is een te groot offer. Het doel heiligt niet de middelen. 'Je mag alles van me weten, behalve mijn pincode', misschien ken je die oude reclame nog. Laten we net zo voorzichtig omspringen met onze unieke code.

Zahra Boufadiss is strafrechtadvocaat in Amsterdam. Op deze plek deelt ze iedere twee weken haar visie op haar werk – en de rest van de wereld.

Zahra Boufadiss