Close

Niet al wat een mens kan schaden is zichtbaar

16 juni 2021 12:06 / Floor Bakhuys Roozeboom
Columnist background Columnist image
F Floor Bakhuys Roozeboom (37) is schrijver en journalist. Ze woont in Amsterdam met haar vriend en twee kleine kinderen. Hier deelt ze haar verwonderingen over de belangrijke (en minder belangrijke) zaken des levens.

Mijn vriendin is weggelopen van het terras waar we samen zaten. Wij, een dierbaar driemanschap: zij, haar man en ik. Een moment eerder had alles nog normaal geleken. Het was zo’n zonnige, hoopvolle middag geweest, die zich zomaar tot een eindeloze avond kon ontpoppen. Eerst koffie. Nou, doe dan toch maar een biertje. Heb je ook iets met bubbels? Rond zes uur het grijpen naar de kaart. Toch maar iets te eten bestellen misschien?

Baf. Haar paniek was meteen voelbaar geweest. Als een gifwolk die in het tijdbestek van een paar seconden op het terras neerdaalde, boven ons tafeltje bleef hangen en alle beschikbare zuurstof uit de lucht zoog. Of misschien had de paniek wel al die tijd bij ons aan tafel gezeten. Als een gast die alleen zichtbaar was voor haar. Kijkend. Wachtend. Geruisloos groeiend. Tot het moment kwam dat ook wij, de gelukkige onwetenden, niet meer om de ongenode aanwezigheid heen konden.

Hij: "We hoeven niet per se hier eten te bestellen, hè schat? Wat je wilt."

Ik: "We kunnen ook hier op de hoek een salade halen en in het park gaan zitten, als je dat fijner vindt. Zeg jij het maar."

En dus nam de paniek haar die avond mee, weg van de mensen die haar lief hadden

Dappere maar zinloze pogingen waren het, om het evenwicht te herstellen dat er voor haar misschien nooit was geweest. Zo luchtig als we konden, probeerden we de demon te bezweren. Het beter te maken. Haar beter te maken. En dat konden we nu juist niet.

Want de paniek liet zich heus zo gemakkelijk niet verjagen. Die had wel voor hetere vuren gestaan. Die kon je inmiddels wel om een boodschap sturen. Voorkomen dat ze at. Voorkomen dat ze te veel at. Voorkomen dat ze ongezond at. Voorkomen dat ze onverwacht at. Voorkomen dat ze geen controle had over wanneer ze at. Voorkomen dat ze geen controle had. Punt.

En dus nam de paniek haar die avond mee. Weg van het terras met de kaart waarvan ze niet goed genoeg wist wat erop stond, of misschien juist te goed. Weg van de avond die niet liep zoals gepland. Weg van de mensen die haar lief hadden en zeiden dat ze haar begrepen, maar dat feitelijk natuurlijk niet deden. In een paar seconden was het gebeurd: het decor van een hoopvolle avond, veranderd in een plakkerige tafel met lege glazen. Hij zwijgend. Ik met prikkende ogen achter m'n zonnebril. Zij in paniek op de fiets naar huis.

Ook in een lichaam dat met complimenten wordt overladen, kan een veldslag plaatsvinden

Ze vertelt me soms hoe het is. Als iedere dag wordt bepaald door regels die je zelf bedenkt, maar niet zelf mag breken. Om tegelijkertijd je eigen probleem en je eigen oplossing te zijn. Leven met handboeien waarvan iedereen ziet dat je zelf de sleutel om je nek hebt hangen. Maar ja, krijg met geboeide handen dat slotje maar eens open.

Het moeilijkst vindt ze dat je aan de buitenkant niet kunt zien hoe het met haar gaat. Als je bloedt omdat je bent gevallen, dan denken mensen: oei, dat moet pijn doen, zo beschreef ze het zelf ooit treffend. Of als je zo dun bent als in de documentaires, dan denken ze: wat erg.

Maar niet al wat een mens kan schaden, is zichtbaar. Ook in een lichaam dat met complimenten wordt overladen, kan een veldslag plaatsvinden, iedere dag.

Een veldslag van eindeloze onderhandelingen. Van innerlijke monologen. Van nadenken tot het je duizelt, over dingen die anderen gedachteloos doen. Van dagen dat het minder gaat, dan best wel weer goed en dan toch weer minder. Van op het terras zitten en iets willen eten met mensen van wie je houdt. Omdat de zon schijnt, je maag knort, de avond lonkt. En dat je het dan niet kan. 

LEES MEER OVER