Close

De Afspraak & De Ramp

30 juni 2021 12:06 / Floor Bakhuys Roozeboom
Columnist background Columnist image
F Floor Bakhuys Roozeboom (37) is schrijver en journalist. Ze woont in Amsterdam met haar vriend en twee kleine kinderen. Hier deelt ze haar verwonderingen over de belangrijke (en minder belangrijke) zaken des levens.

Het besef dat er iets mis was, drong zich op toen ik een vader met een bakfiets zag komen aanrijden. Hij kwam voor het hek van school tot stilstand, keek van mij naar naar het plein dat op mijn zoon na helemaal leeg was en mompelde iets dat ik van een afstandje duidde als een binnensmondse vloek. Hoewel ik zelf al een tijdje duimendraaiend aan het hek van een uitgestorven school stond - geen ouders, geen kinderen, geen meesters of juffen te bekennen - daalde het besef bij mij bij toen pas in. Godverdegodver. Geen school vandaag.

Het kwam slecht uit, want ik had een Belangrijke Afspraak. Voor werk nog wel, buitenshuis. Ik zou samenkomen met getalenteerde mensen en praten over mogelijke 'projecten'. In een heus horeca-etablissement met moeilijke koffies, stel je voor. Het hele idee deed aan als iets uit een vorig leven. Een leven dat ik voor kinderen en corona nog met een trefzekere achteloosheid had geleid, maar waar ik nu gevoelsmatig opnieuw auditie voor moest doen. En het liep nog niet echt gesmeerd.

Totdat die jurk los was, ging ik nergens heen

Ik ben zo iemand die, als ik ergens wezen moet, graag goed voorbereid en op tijd vertrekt. Waarschijnlijk omdat ik heimelijk een hopeloze chaoot ben en mezelf meer overlevingskansen toedicht als ik die aard gewoon ontken. Dus die ochtend was ik al om acht uur startklaar geweest. Haar gedaan. Zowaar weer eens zo’n hippe lange jurk aan. Ouders in aantocht om op mijn dochter te passen. Zoon stipt op tijd bij school afgeleverd. Maar fuuuuuck die bleek dus dicht. Grommend weer naar huis. Nadat opa en oma mij eraan herinnerd hadden dat ze heus wel op twee kinderen tegelijk konden passen, stapte ik - verhit maar nog op tijd - op de fiets.

En net op het moment dat ik de stress van de ochtend voelde verdampen in de buitenlucht en ik bedacht dat het misschien toch wel meeviel met de pech, hoorde ik een verontrustend geluid. Of misschien was het wel de gewelddadige ruk aan mijn been die me naar beneden deed kijken. Het duurde even voor ik begreep wat ik zag: mijn jurk was verstrikt geraakt in mijn fietsketting en draaide zich met iedere slag van mijn trappers strakker vast. Ik trapte in paniek op de rem, deed mijn best om af te stappen zonder om te kiepen en nam een paar seconden om een situatie in te schatten die op het eerste gezicht tamelijk hopeloos bleek. Ik zat vast in mijn jurk. Mijn jurk zat vast in mijn ketting. Mijn kettingkast was dichtgeschroefd. Mijn fiets kon niet meer voor of achteruit. Dus totdat die jurk los was, ging ik nergens heen.

Eat this, universe!

Als ik rustig was gebleven, was ik misschien op het idee gekomen om voorbijgangers om hulp te vragen. Maar terwijl ik daar zo stond, een beetje krom door die vastgedraaide jurk, werd ik overvallen door een verpletterend soort schaamte, waardoor ik besloot al hupsend en slepend met mijn fiets een zijstraatje in te vluchten. Daar kon niemand me nog helpen, maar was ik tenminste wel alleen met al mijn onhandigheid. Het doembeeld van te laat komen op de Belangrijke Afspraak had inmiddels zulke proporties aangenomen in mijn hoofd, dat ik alleen nog in drastische maatregelen kon denken. Ik tastte in mijn tas, greep een fineliner en begon koelbloedig met de scherpe punt van de pen gaten in de onderkant van mijn jurk te bikken. Dat schoot niet erg op, dus ik zette de stof op spanning en probeerde de pen als een mes door de stof te trekken, waarop het plastic omhulsel van de pen het onmiddellijk opgaf en de inkt, gitzwart en lauwwarm, over mijn handen stroomde.

Even heb ik stilgestaan, mijn ogen gesloten, zweterige slierten haar uit mijn ogen geblazen en ‘come the fuck on’ gefluisterd. Maar veel losser kwam mijn jurk daar niet van te zitten. Er moest gerukt, gevloekt en gescheurd worden voor ik me uiteindelijk wist te bevrijden. Fiets op slot, de tram in. Met een kletsnat voorhoofd, zwarte handen en een jurk die als een rafelige zeemeerminnenstaart tussen mijn benen hing, kwam ik aan. Eén blik op de klok. Eat this, universe: alsnog op tijd. En dat, dames en heren, is de kracht van de georganiseerde chaoot. Zo vroeg vertrekken dat je na zelfs na een detour langs de hel nog niet te laat komt. En zo had ik een paar minuten om me moedig te herpakken. Ik knoopte mijn jurk op alsof het hip was, waste mijn handen van zwart naar grijzig en wachtte op mijn afspraak met een glas water en een tijdschrift voor me, alsof ik daar de hele ochtend al rustig had gezeten. De persoon met wie ik had afgesproken, bleek zelf te laat. Een lekke band. "Ach nee", zei ik, superieur maar begripvol. "Zul je altijd zien."

LEES MEER OVER