Close

Het Ajax-shirt, de bakfiets en de bloedlip

14 juli 2021 10:07 / Floor Bakhuys Roozeboom
Columnist background Columnist image
F Floor Bakhuys Roozeboom (37) is schrijver en journalist. Ze woont in Amsterdam met haar vriend en twee kleine kinderen. Hier deelt ze haar verwonderingen over de belangrijke (en minder belangrijke) zaken des levens.

Het is de laatste schooldag van mijn zoon. We staan met een groepje ouders buiten voor het lokaal te wachten tot het dagelijkse afscheidsritueel van zwaaien, handkusjes en tegen het raam platgedrukte snotneuzen kan beginnen, als er commotie ontstaat aan de overkant van de straat. Geschreeuw van een man. Gehuil van een kind. Ligt daar nou iemand op staat? We stoten elkaar aan, proberen met gestrekte nekken over de haag van geparkeerde auto’s heen te kijken. Mompelen. Aarzelen. Toch maar even kijken.

Op de stoep des onheils staat een oudere man in een Ajax-shirt naast zijn scootmobiel te schreeuwen tegen een bakfiets. Naast de bakfiets, op straat, in de ruimte tussen twee geparkeerde auto’s ligt een jonge vrouw op haar rug op de grond. Haar mond een beetje open, haar blik verdwaasd, met ogen die in de blauwe hemel boven haar iets lijken te zoeken dat ze niet meer kan vinden. Aan de binnenkant van haar lippen glinstert bloed. Over haar heen gebogen staat een meisje van een jaar of tien, met haar handen voor haar gezicht geslagen, huilend met lange uithalen.

Het voorval greep me aan, maar kwam me ook goed uit

Een paar minuten later - de man schreeuwt nog steeds, de vrouw staat weer overeind met haar dochter ontroostbaar in haar armen - is er enige consensus over wat zich waarschijnlijk heeft afgespeeld: een jonge moeder loopt met haar dochter en haar bakfiets aan de hand over de stoep. Een oudere man komt ze met zijn scootmobiel tegemoet, stoort zich aan de ruimte die de bakfiets inneemt en slaat de jonge vrouw na een korte woordenwisseling voor de ogen van haar dochter tegen de grond. Een jonge man die het heeft zien gebeuren, merkt op dat de man ‘duidelijk op boksen heeft gezeten’, gezien de vernietigende vuistslag die hij ondanks zijn leeftijd wist te produceren.

Op de fiets op weg naar huis, denk ik na over de betekenis van dit alles. De oude man in het Ajax-shirt die uit frustratie een bakfietsmoeder tegen de grond mept. Een moeder met een kind die ook maar gewoon een thuis probeert te maken van een stad die zich daar steeds minder goed voor leent. Als het een scène uit een film was over een veranderende stad en de spanningen die dat oplevert, zou je kunnen zeggen dat de symboliek er wat dik bovenop lag. Het voorval greep me aan, maar kwam me ook goed uit. Als bewijs, als bevestiging, dat we er goed aan doen om Amsterdam na vijftien jaar dan toch te verlaten. Het huis is al gekocht, de sleutel al overgedragen. Ik heb dan wel geen bakfiets, but I can take a hint.

Het is tijd om te gaan. Dat voelen we al langer. En we weten ons gezegend dat we kúnnen gaan. Dat ergens een plek met minder trappen, minder muizen en meer ruimte op ons wacht. Maar het betekent ook: weg uit stad waar ik ging samenwonen met de jongen die de liefde van mijn leven zou blijken. Waar we twee kinderen kregen. Weg uit ons appartement met de keuken waarin ik heb gerookt op feestjes, maar ook weeën heb staan opvangen. Met het balkon achter waarop we ademloos naar de spreeuwenzwermen keken die één keer per jaar 'onze' bomen aandeden. Het bad waar we nog nét met het hele gezin inpassen, als sardientjes in een blik. Weg van de plek waar we een leven opbouwden, wortel schoten: ons thuis.

De tegenstrijdigheden, de onvoorspelbaarheid, precies dat is wat ik zo zal missen

En dus zoek ik in deze laatste weken voor ons vertrek verwoed naar redenen, naar tekenen, van hogerhand desnoods, dat we de juiste keuze maken. Dat het goed is dat we gaan. Het beste. Hóóg tijd. Ik zoek de tekenen in de uitlaatgassen van de oprit voor de deur. In de  scheldende man in de Kinkerstraat die tegen de grond wordt gewerkt door twee agenten. In de rinkelende trams onder ons raam. Het vocht in onze vloer. In de boze man in zijn Ajax-shirt. De vrouw met haar bakfiets. Haar bloedende lip en haar huilende kind. Maar als ik later die dag door de stad fiets en de geuren en geluiden van de stad me tegemoet waaien, weet ik dat het onzin is.

Bij afscheid hoort rouw. Bij weggaan hoort weemoed. Daar kun je de geliefde die je achterlaat de schuld niet van geven. Voordat ik er zelf woonde, had ik getwijfeld of ik wel van Amsterdam zou kunnen houden. De stad was mij altijd voorgekomen als een beeldschone maar overweldigende plek vol tegenstrijdigheden, waarvan je nooit precies wist wat je kon verwachten. En precies dat is wat ik straks zo zal missen. Met de wind in mijn haren fiets ik verder, over een zebrapad waar net een keurige man met twee hondjes oversteekt. Als we allebei in ons eigen tempo doorgaan, passen we precies langs elkaar. Zo doen we dat in Amsterdam, denk ik met een glimlach in het voorbijgaan. "Stoppen, lelijkerd", roept hij me na.

LEES MEER OVER