Close

En zo leerde mijn zoon zijn ouders écht kennen

09 september 2021 11:09 / Floor Bakhuys Roozeboom
Columnist background Columnist image
F Floor Bakhuys Roozeboom (37) is schrijver en journalist. Ze woont in Haarlem met haar vriend en twee kleine kinderen. Hier deelt ze haar verwonderingen over de belangrijke (en minder belangrijke) zaken des levens.

"Hij heeft het gezien. Hij heeft het gezien."

Mijn vriend sist het me toe, in de hoop dat onze zoon die op een krukje voor de geopende vriezer staat het niet kan horen. Heel even overweeg ik de deur van de vriezer met zwieper dicht te gooien. Maar we weten allebei: hier is niets meer aan te doen.

"Papa, mama, wat is dat?"

Met grote ogen staart ons kind naar de binnenkant van de vriezer, waarin een machtige pot Ben & Jerry’s Chocolate Caramel Cookie Dough zich halfslachtig schuilhoudt tussen de doperwten en de vissticks, met nog net zichtbaar onder een zak bevroren boterhammen, de rest van de verborgen schat: twee Solero’s en een verdwaalde Split.

Ik zie dat mijn vriend het tijd vindt voor een harde les

Nu is het belangrijk om te weten: dit zijn geen ijsjes die hier toevallig liggen, noch zijn ze gekocht als toetje voor na de zojuist genuttigde familiemaaltijd, zoals mijn zoon nu ongetwijfeld vermoedt.

Nee, dit is onze stash. Met voorbedachte rade gekocht voor de vreetbui na een zwaar maar zalig weekend, uitsluitend bedoeld om in één zitting te consumeren met de voeten omhoog en de blik op de televisie, nadat de kinderen gedoucht, bezongen en voorgelezen tussen hun lakentjes zijn gestopt, en geen minuut eerder, zo helpe mij god.

Ik overweeg de situatie te bezweren door te beginnen over een ‘speciale gelegenheid’, maar mijn zoon heeft zich al van het krukje geworpen en is de keuken uit, de gang door, de huiskamer in gesprint, alwaar hij als een goedgemutste medicijnman om zusje heen begint te dansen, die nog met een gezicht vol pastasaus op haar stoel zit.

‘IJs Sjuul! IJs! We hebben IJs Sjuul! Als toetje! IJs! IJs! IJs, Sjuul!

Ik wil al bijna mijn verlies nemen en de kommetjes pakken, maar aan de manier waarop mijn vriend de vriezer dichtslaat en met ferme passen richting het feestgedruis in de huiskamer beent, zie ik dat hij het tijd vindt voor een harde les.

Het hoogverraad hangt bijna tastbaar in de kamer

"Hee. Hallo. Luister eens even. We hebben gewoon yoghurt als toetje. Dat ijs is niet voor nu."

Het gejoel verstomt.

"Wat bedoel je?"

"Dat ijs is niet voor nu. En het is niet voor jullie, maar voor ons. Wij hebben dat voor onszelf gekocht. En dat gaan we op een later moment opeten."

Het hoogverraad hangt bijna tastbaar in de kamer. Een paar seconden lijkt het gezicht van mijn zoon bevroren in masker van totale verbijstering, dan breekt het als een eierschaal. Zijn wangen kleuren rozerood, in zijn ogen glanst een diep verdriet.

Ik kijk naar de jongen en die eerder nog als een monter bokje door de kamer sprong en nu lamgeslagen naast zijn zusje staat en weet: hier sneuvelt een wereldbeeld. Of nog erger: een geloof. Het geloof dat zijn ouders mensen waren die hij kon vertrouwen. En dat zoals de liefde ook het ijs gul gedeeld werd in dit gezin.

Maar de geest is uit de fles, het is doek gevallen: hij heeft zijn ouders gezien voor de huichelaars die ze zijn.

Tien minuten, een paar harde waarheden, en veel tranen later, zitten we zwijgend aan de eettafel, mijn vriend en ik moegestreden, om beurten likkend aan een Split. De kinderen getroost met een halve Solero en de belofte dat ze later als ze groot zijn en geld verdienen zoveel ijs mogen kopen als ze zelf willen.

Mijn zoon, zijn gezicht nog vlekkerig van de veldslag, doorbreekt als eerste de zalvende stilte.

"Papa en mama?"

"Ja?"

"Als ik later groot ben dan blijf ik wel gewoon altijd bij jullie in huis wonen."

"Goed."

"En dan koop ik al het ijs van mijn eigen geld. Maar dan deel ik wel altijd alles met jullie. Oké?"

"Oké."

Zwijgend eten we verder.

Huichelaars onder elkaar.