Close

Blijven haken aan het Peter Pan-syndroom

07 oktober 2021 11:10 / Floor Bakhuys Roozeboom
Columnist background Columnist image
F Floor Bakhuys Roozeboom (37) is schrijver en journalist. Ze woont in Haarlem met haar vriend en twee kleine kinderen. Hier deelt ze haar verwonderingen over de belangrijke (en minder belangrijke) zaken des levens.

Oh, we hebben ons wel verzet hoor. Ik zou zelfs willen zeggen: we hebben ons kranig geweerd. Tegen alles waarvan we zo lang zeiden dat het niets voor ons was. Tegen alles wat stond voor een leven, dát leven, dat ons gewoon niet paste. Nog niet, zeiden we de afgelopen jaren vaak bezwerend tegen elkaar. Wij niet. Een grotemensenhuis in een kinderrijke buurt, met voortuinen, groenbakken en buurtborrels? Alsjeblieft zeg. Waar zie je ons voor aan? Volwassenen of zo? Djiez...

Natuurlijk, we waren al bijna vijftien jaar samen. Natuurlijk, we hadden ergens in dat tijdbestek twee kinderen gemaakt die van wiegbewoners waren uitgegroeid tot volwaardige huisgenoten, zij het wat klein. En natuurlijk, we hadden ons appartement inmiddels tot de laatste centimeter uitgespeeld. Vrienden trokken weg, onze muren bladderden af en de huur werd er niet lager op. Maar om dan maar meteen de handdoek in de ring te gooien? Dat vonden we toch onze eer te na. Dus terwijl de zonnewijzer van ons bestaan allang in de richting van een nieuwe levensfase wees, zetten wij, geheel naar karakter van onze generatie, onze hakken in het zand.

Een leven vol ongemak, sure, maar ook nog bomvol belofte

Nee, een huis vol muizen die zelfs overdag nog onverstoorbaar tussen je benen door scharrelden: het was niet ideaal. Maar de schuifdeuren van glas in lood waren toch enig? Ja, het werd krap, zo met z’n vieren op een kluitje. Maar zo’n kinderkamer slash garderobekast slash opslagruimte had toch ook wel wat? En ja, iedere dag meerdere keren drie trappen op en af stiefelen met één treuzelpeuter in je kielzog en één weigerpeuter onder je arm, dat wordt op den duur best vermoeiend. Maar het ging en het lukte en het paste en dat was dat.

Met het laatste restje levenskracht dat we als uitgeputte jonge ouders nog konden opbrengen, klampten we ons vast aan het rommelige stadse leven, dat we als het symbool waren gaan zien van alles wat we wilden en alles wat we waren. Een leven vol ongemak, sure, maar ook nog bomvol belofte. De belofte van kroegen waar we nooit meer kwamen. De belofte van clubs waar we al jaren niet meer hadden gedanst. De belofte van alles kunnen doen, ook al ben je er allang niet meer voor te porren. De binnenstad in? In een club staan? Liever niet zeg. Maar het kon nog, hè? Het kón.

Het leven sleept je voort, of je nu meebeweegt of niet

Wat is dat toch? Met dat Peter Pan-syndroom van ons? Altijd los en onbezonnen willen blijven. Ook als je dat allang niet meer bent. Schamper pratend over ‘grote mensen dingen’ ook al ben je al zeker twintig jaar geen kind meer. Blijven dwepen met een avontuurlijk bestaan, ook al is je eigen leven zo voorspelbaar als wat. Als een kleuter schoppen tegen de tijd. Wat een aanstellerij. En bovendien is het even zinloos als onuitstaanbaar. Want het leven sleept je voort, of je nu meebeweegt of niet. Vroeg of laat moet je vrede sluiten met de versie van jezelf die je nog niet wilde zijn, maar natuurlijk allang bent geworden.

Je hoeft geen helder licht te zijn om te weten waar dit eindigt. In een huis in een buitenwijk natuurlijk, met een voortuin en een achterom. De bakfiets staat voor. De groenbak staat achter. De buurtborrel is zaterdag, laat even weten of je komt. De kinderen kunnen fietsen. Wij kunnen ademen. Alsof we die broek die eigenlijk al een tijdje iets te strak zat, van onszelf niet meer aan hoeven, iedere dag. En dat betekent niet dat we ons er nooit meer even in kunnen wurmen. Hup, die fiets op. Die trein in. Een avond los in de stad die nog ergens wacht. Niet dat we het doen hoor. Papa en mama hebben een hele drukke week gehad. Maar het kan hè? Het kán.

LEES MEER OVER