Close

Niet je beste werk

04 november 2021 11:11 / Floor Bakhuys Roozeboom
Columnist background Columnist image
F Floor Bakhuys Roozeboom (37) is schrijver en journalist. Ze woont in Haarlem met haar vriend en twee kleine kinderen. Hier deelt ze haar verwonderingen over de belangrijke (en minder belangrijke) zaken des levens.

Ik kan er niet langer omheen. Mijn zoon is in de arts & crafts fase. Tekenen. Kleuren. Knutselen. Random plaatjes uit een reclamefolder knippen. Hij vindt het allemaal even enig. En ik in theorie natuurlijk ook. Ik bedoel, in deze barre tijd vol kindertjes die vanaf peuterleeftijd al aan plakkerige Ipad-schermpjes gekluisterd zitten, wat kun je je dan nog meer wensen dan een kind dat zowaar iets wil máken. Wat is er inspirerender dan de fantasievolle uitspattingen dan de creatieve kinderziel? Wat is er nu mooier dan een een kind dat vol overgave z’n kunstzinnige potentieel wil gaan zitten ontdekken? Blos op de wangen. Tong uit de mond. Omringd door een kleurrijk decor van viltstiften. Krijt. Verf. Papier. Karton. En altijd, al-tijd een f*cking shitload aan snippers.

Heus, ik stond er aanvankelijk positief in. Aanmoedigend. Bekrachtigend. Participerend. Precies zoals ik het me altijd had voorgesteld. Want van alle onrealistische beelden van het ouderschap die ik in mijn hoofd had gecreëerd voordat ik daadwerkelijk kinderen kreeg, was het beeld van het rommelige creatieve huishouden dat we zouden creëren misschien wel het levendigst. Schildersezels in de hoek. Boetseerwerkjes op de schoorsteenmantel. Kinderen die met fotogeniek geplaatste veegjes verf op hun wang door het huis dartelen. Aan de muur het schilderij dat ze net samen al neuriënd hebben zitten maken, ik met een hand op hun schouder achter hen, met schort, een slordige knot en een klodder klei op mijn neus, als de creatieve moeder-overste die ik diep van binnen natuurlijk altijd ben geweest.

Kinderen die iets willen maken, willen vooral graag dat jíj iets gaat maken

Maar zoals dat gaat met zorgvuldig geconstrueerde ideaalbeelden, duurde het niet lang voordat ik door de bittere realiteit werd ingehaald. Al tijdens de eerste vingerverfsessie met de eerstgeborene kwam ik erachter dat de vrouw uit mijn fantasie en ikzelf op een aantal cruciale punten van elkaar verschillen. Ten eerste bleek ik als creatieve moeder-overste een stuk luier dan ik had gehoopt ("Een bos vol paddenstoelen maken van karton en crêpepapier? Poeh, dat klinkt als héél veel werk, schat.") Ten tweede was ik in theorie een groot voorstander van de vrije expressie en alle vormen, kleuren en materialen die daarbij een rol kunnen spelen, maar bleek ik in de praktijk een stuk minder goed bestand tegenover de taffeszooi die erbij komt kijken ("Weet je zeker dat je wil vingerverven als je ook gewoon deze superschone, droge en gemakkelijk opruimbare puzzel kunt maken?").

Maar wat misschien nog wel de grootste misrekening was, was dat ik er altijd vanuit was gegaan dat kinderen die iets willen maken, ook echt zelf iets willen maken. Dat is niet zo. Kinderen die iets willen maken, willen vooral graag dat jij iets gaat maken. Kinderen die een bos vol paddenstoelen willen klussen van karton en crêpepapier, willen helemaal geen bos klussen van karton en crêpepapier. Ze willen toekijken hoe jij, kippig en verkrampt, drie kwartier minuscule witte paddenstoelenstipjes uit een A4'tje zit te knippen, tot de blaren je op de vingers staan, terwijl ze zichzelf koelte toewuiven met een kartonnen kastanjeblad, nippend van hun appelsap. En kinderen die graag een paard willen tekenen met een cowboy erop, die willen helemaal geen paard tekenen met een cowboy erop. Die willen dat jij een paard tekent met een cowboy erop. Het liefst niet van echt te onderscheiden, nagetekend van een actiefoto opgesnord via Google. En ze zullen niet nalaten om je met zoetgevooisde stemmetjes precies de meedogenloze kritiek te geven die je nodig hebt om je volledige kunstzinnige potentieel tot wasdom te laten komen.

Zijn blik was bemoedigend, maar onverbiddelijk

Ik heb me al meerdere keren gedacht: zak er ook maar in, ik vertik het voortaan gewoon. Knutselen. Tekenen. Kleuren. Allemaal prima, maar dan doen ze het ook gewoon maar lekker zelf. Maar dat betekent ook dat ik op mijn handen moet gaan zitten als ze op hun papiertje een heus golfslagbad van blauwe vingerverf maken. Of als ze een kwartier lang mokkend boven een leeg tekenvel blijven hangen terwijl ze steeds harder 'ik kan het niet, ik kan het niet, ik kan het niet' scanderen. En aangezien kleuterleerkracht daadwerkelijk een vák is, waar ondergetekende het geduld noch de pedagogische skills voor bezit, geef ik uiteindelijk altijd toe. En zo kwam het dat ik vorige week toch weer gedwee aan de keukentafel zat, in een poging om zo natuurgetrouw mogelijk de hoofdfiguren uit de film Lady & De Vagenbond na te tekenen. Blos op de wangen. Krijt op mijn neus. Tong uit de mond. Totdat ik met enige trots dan toch het eindresultaat aan mijn zoontje presenteerde. Zijn blik bemoedigend, maar onverbiddelijk. "Niet je beste werk", zei hij.