Close

Mijn zoon hoeft niets te worden

31 december 2021 10:12 / Floor Bakhuys Roozeboom
Columnist background Columnist image
F Floor Bakhuys Roozeboom (37) is schrijver en journalist. Ze woont in Haarlem met haar vriend en twee kleine kinderen. Hier deelt ze haar verwonderingen over de belangrijke (en minder belangrijke) zaken des levens.

"Cowboy. Of politie. Of brandweer. Nee. Cowboy die ook politie is en ook brandweer."

We zitten met z'n viertjes aan tafel, eten yoghurt met hagelslag en wagen ons aan de gespreksklassieker 'wat wil jij later worden'. Mijn zoon (5) heeft de memo over het breken met genderstereotypes duidelijk nog niet gekregen, maar betuigt zich wel al een waardig lid van de slash-generatie: hij houdt het vooralsnog op cowboy (spreek uit: kaaaaaiboi)-slash-politie-slash-brandweer.

Terwijl mijn dochter haar gezicht diep in haar Finding Nemo-bakje drukt om de laatste restjes yoghurt eruit te likken, uit mijn zoon zijn zorgen over de praktische aspecten van zijn ambities. Of hij wel op het paard zal passen. Of de hoed niet over zijn ogen zal zakken. Of het politie-uniform hem niet te groot zal zijn. Ik leg hem uit dat als het eenmaal 'later' is, hij zelf geen kind meer zal zijn.

"Dan ben je een groot mens. Net als je vader en ik."

Hij houdt op met eten.

"Word ik dan ineens wakker met bijvoorbeeld een groot hoofd?"

Pas dan zie ik dat hij als een geknakt grassprietje boven zijn bakje yoghurt hangt

"Nou ja, groeien gaat geleidelijk", zeg ik. "Net als je ooit een baby was en nu al veel groter bent, zal je ook ooit een groot mens, een volwassene, worden."

Hij legt zijn lepel neer en kijkt me verwonderd aan.

Aangemoedigd door wat ik voor enthousiasme aanzie, ga ik nog even door met het schetsen van idyllische vergezichten.

"En dan heb je misschien wel een eigen huis. En misschien heb je dan ook wel zelf kinderen. Als je papa zou willen worden tenminste."

Hij knikt.

"En dan worden papa en ik misschien wel opa en oma. Net zoals onze papa's en mama's nu jouw opa's en oma's zijn. Zou je dat leuk vinden?"

Pas dan zie ik dat hij zijn blik inmiddels heeft neergeslagen en als een geknakt grassprietje boven zijn bakje hagelslagyoghurt hangt.

"Lieverd?"

Hij kijkt me aan. Zijn ogen diep en droef.

"Hee joh. Wat is er nou ineens?"

Hij zwijgt.

"Weet je het zelf ook niet?"

Hij schudt zijn hoofd.

'Ik wil gewoon zo blijven. Hier. Bij jullie'

Ik pak hem vast, trek hem tegen me aan en nadat we even stil hebben gezeten, zegt hij met afgeknepen stem: "Ik wil helemaal geen cowboy/brandweer/politie worden. En ik wil geen groot mens worden en in een ander huis gaan wonen. En ik wil niet dat jullie opa en oma worden, want opa's en oma's zijn oud en als je oud bent kun je doodgaan."

Hij snikt.

"Ik wil gewoon zo blijven. Hier. Bij jullie."

Mijn vriend en ik kijken elkaar aan. Mijn dochter is inmiddels opgehouden met het uitlikken van haar bakje en kijkt met een gezicht glanzend van yoghurt enigszins verbaasd naar haar huilende broer.

Ik kus zijn betraande wangen en terwijl ik dat 5-jarige lijfje in mijn armen houd, begrijp ik hem ineens zo goed. Voel ik hoe vreemd dat gehamer op 'wat je later wil worden' eigenlijk is. Hoe vroeg we eigenlijk al beginnen met het boetseren van toekomstbeelden, het optuigen van luchtkastelen, het streven naar verder, naar later, naar dáár. Hoe moeilijk ik het zelf soms vind om niet constant bezig te zijn met wat ná dit moment komt. Hoe vaak ik de druk voel, van altijd maar vooruit, de toekomst tegemoet, zelfs op de momenten dat het het geluk me vanuit het heden recht in mijn gezicht waait.

Wat kan de toekomst je beloven als je je vandaag al zo gezegend weet?

En hier zit een kind dat sportief mee probeert te doen met het door volwassenen zo gekoesterde spel van vooruitzien, terwijl hij voelt, zonder het te kunnen duiden, dat hij daarmee daarmee weg beweegt van alles wat voor hem nu goed, veilig en waar is. Terwijl hij voelt dat iedereen die hem lief is, zijn ouders, zijn zusje, zijn vriendjes, zijn familie, de juffen van zijn school, niet in de toekomst leven, maar nú. Waarom nadenken over wat je later wil worden als je nu al iemand bent? Wat kan de toekomst je beloven als je je vandaag al zo gezegend weet?

Het raakt me omdat het laat zien hoe gelukkig hij is. Het raakte me omdat hij dat zelf ook voelt.

Ik duw hem iets van me af zodat ik hem aan kan kijken.

"Hee. De cowboy-politie-brandweer kan nog wel even wachten, oké?"

"Oke."

"Mama?"

"Ja."

"Misschien kan ik gewoon eerst een keer op zo'n kleine pony rijden. Op een boerderij. Om te proberen."

"Goed idee."

Het lijkt me voor een rekruut van de kaaaaaiboi-politie-brandweer een verstandig begin.

"Maar nog niet nu."

"Oké."

"Later als ik al oud ben", zegt hij, terwijl hij zich van me losmaakt en zijn bakje yoghurt met hagelslag weer naar zich toetrekt.

"6 of zo."

LEES MEER OVER