Close

Voelde ik me als opvoeder tekortschieten? Meteen

24 februari 2022 10:02 / Floor Bakhuys Roozeboom
Columnist background Columnist image
F Floor Bakhuys Roozeboom (38) is schrijver en journalist. Ze woont in Haarlem met haar vriend en twee kleine kinderen. Hier deelt ze haar verwonderingen over de belangrijke (en minder belangrijke) zaken des levens.

Ik heb een krentenbol naar mijn zoon gegooid. Vooruit, niet alleen naar mijn zoon, ook naar zijn zusje. Ze stonden vlak bij elkaar, dus het was in feite een 'twee vliegen, één klap-situatie', behalve dan dat de klap zich eerder zou laten omschrijven als een doffe plof tussen hun voeten op het kleed.

Want ik heb ze heus niet geraakt hoor. Rustig maar. Ten eerste kan ik niet mikken en ik heb het balgevoel van een lamme discolamp. En daarbij weet ik natuurlijk ook wel dat het pedagogisch onverantwoord is om een etenswaar naar het hoofd van je kinderen te gooien.

Dus dat deed ik dan ook niet. Niet echt. Ik zou willen zeggen: ik streepte de krentenbol 'in hun richting'. Als een goudbruine vallende ster met spikkels: zoef, tussen hun onvermoeibaar kibbelende koppen door, waarop ze onmiddellijk in verbijstering stil vielen. Tot mijn grote schaamte en tevredenheid.

Was het fraai? Nee. Voelde ik me als opvoeder tekortschieten? Meteen.

Zijn verontwaardiging vibreerde door de kamer: 'Jij gooide een krentenbol'

To be fair: er waren geen gewonden gevallen. De verontwaardiging was er onder de slachtoffers niet minder om. Bij mijn zoon dan. Mijn dochter heeft nog de leeftijd waarop je een krentenbol die voor je voeten landt als een welkome meevaller beschouwt, om vervolgens tevreden knabbelend het strijdtoneel te verlaten.

Mijn zoon daarentegen was geschokt. Geschókt, hoor je. Met wijd opengesperde ogen en mond keek hij van de plek waar de krentenbol had gelegen naar mij en weer terug.

"Jij. Gooide!"

Zijn wangen kleurden rood. Zijn verontwaardiging vibreerde door de kamer.

"Jij. Gooide. Een krentenbol!"

"Dat mag niet! Dat. Mag. Niet!"

Met grote boze passen beende hij naar de gang.

"Ik ga het tegen papa zeggen."

Gelaten liet ik hem langs me heen stampen. Ik kon hem geen ongelijk geven. Ik had mijn beheersing verloren. Ik had niet tot tien geteld. Ik had het niet 'met woorden' opgelost. Ik had iets gegooid. Een krentenbol nog wel. Nou ja.

Balk leeg. Game over, vriend. Beeld op zwart

Het enige dat ik als verdediging kan aanvoeren: mijn balk was even leeg. 'Je balk?', zegt u. Ja, mijn balk. Misschien ken je ze nog van de Nintendo-spelletjes van vroeger? Van die rode balkjes die ergens onderin je scherm aangeven hoeveel levenskracht/energie/incasseringsvermogen je nog over hebt? Is je balk vol, dan kun je wat hebben. Een vuurbal op je kop. Een vleesetende plant aan je been. Een skeletvogel die uit het niets lijkt te komen. Kom maar op, sukkels. I'll eat you alive. Maar is je balk leeg, dan kan het lichtjes schampen langs een wandelende paddenstoel al genoeg zijn om ter plekke het loodje te leggen. Koek op. Balk leeg. Game over, vriend. Beeld op zwart.

Je balk gevuld houden, dat doe je met wat ze op de socials tegenwoordig graag #selfcare noemen. Beetje eten. Beetje slapen. Beetje opladen. Beetje ontladen. Beetje binnen. Beetje buiten. Beetje lust. Beetje leven. Helaas bestaan er ook allemaal destructieve krachten die je balk versneld leeg kunnen trekken. Eindbazen in de vorm van stress, ziekte, tegenslagen, gepieker, slaapgebrek, gedoe, gezever en gezeik. En o ja: harde geluiden. Met een eervolle vermelding voor het dreinende monotone stemgeluid van je eigen kinderen op oorlogspad.

Is je balk eenmaal leeg getrokken en slaag je er niet in om snel een joker in te zetten, in de vorm van een wandeling in de frisse lucht, een kop koffie, een relativerend gesprek met een andere volwassene, of gewoon even heel diep in en uitademen in de gangkast? Dan neemt je minder geduldige, minder beheerste, minder voorbeeldige kant het soms even over. En dan kan het voorkomen dat je iets doet waarvan je achteraf denkt: not my finest hour. Zoals in mijn geval: een krentenbol – kuch – 'in de richting' van mijn kinderen gooien.

Een kinderbalk is zo snel gevuld

En dan kan het voorkomen dat je daarna schuldbewust voor je zoon staat, die zich als een gloeiend brokje bokkigheid op de vloer van de gang heeft verschanst, met niets anders te bieden dan ouderlijk onvermogen en nederige excuses.

"Hee joh, sorry", begon ik dus maar, terwijl ik me op mijn knieën naast hem op de grond liet zakken.

"Ik verloor mijn geduld. Ik heb een krentenbol naar je gegooid. Het spijt me. Dat had ik niet moeten doen."

Hij knikte.

"Heb jij dat ook weleens? Dat je ineens voelt dat je heel boos wordt? Bozer dan je wilt", zo probeerde ik mijn eigen uitglijder toch nog halfslachtig om te buigen naar een pedagogisch verantwoord leermomentje.

Hij knikte weer. Natuurlijk, als zijn eigen balk helemaal vol was geweest, had hij hier ook niet met rood aangelopen hoofd op de gang gezeten.

We zaten een tijdje zwijgend naast elkaar.

"Wil je een krentenbol?", vroeg ik, terwijl ik mijn schouder tegen die van hem duwde.

Hij knikte weer, veerde op en sprintte weg, de deur door, de kamer in. Ongetwijfeld op weg om de krentenbol met veel enthousiasme uit de handen van zijn zusje te grissen.

Mooi hè? Een kinderbalk is zo snel gevuld.