Close

Tussen het ongemak gloort hoop

21 mei 2022 01:05 / Floor Bakhuys Roozeboom
Columnist background Columnist image
F Floor Bakhuys Roozeboom (38) is schrijver en journalist. Ze woont in Haarlem met haar vriend en twee kleine kinderen. Hier deelt ze haar verwonderingen over de belangrijke (en minder belangrijke) zaken des levens.

Het was een van de eerste zomerse dagen van het jaar. De lucht was weer blauw. De benen bloot. De stad geurde, bloeide en pronkte als een net opengesprongen springbalsemien.

Ik zat met mijn vriendin op een muurtje in het park, in de schaduw van een frisgroen bladerdak, te praten over hoe het leven ons sinds ons vorige weerzien had behandeld, toen de man plotseling voor ons stond. Of eigenlijk: recht op ons af kwam lopen. Breedgeschouwderd en strakgebroekt marcheerde hij ons gezichtsveld en persoonlijke ruimte binnen, waar hij met een mengeling van ongemak en gespeelde zelfverzekerdheid bleef staan. We konden weinig anders dan ons gesprek staken en naar hem opkijken.

Toen hij onze blik ving, verzuchtte hij: "So beautiful!"

Mijn ogen schoten naar die van mijn vriendin en die van haar naar de mijne. Daar vonden we elkaar voor dat kleine moment van beraad, waar vrouwen onderling vaak maar één blik voor nodig hebben.

Een beleefd bedankje en gewoon verder praten, dat leek de beste strategie.

"Thank you", zei ik, met de glimlach die ik bewaar voor situaties waarin ik beleefd wil blijven, maar geen verdere conversatie wil uitlokken. Toen ik me naar mijn vriendin keerde om ons gesprek te vervolgen, brak de man weer in.

"Thank you for what? I was talking about the scenery."

Weer het wisselen van de blik. Gewoon maar blijven doorpraten deze keer. Maar de man bleek nog niet klaar.

Mijn vriendin pakte de beleefde maar afgemeten glimlach uit haar gereedschapskist

"I have three wives. Do you want to be the fourth one?", vroeg hij aan geen van ons in het bijzonder.

Dit keer was het mijn vriendin die de beleefde maar afgemeten glimlach uit haar gereedschapskist pakte. "Ok. Thank you, sir. Have a nice day."

De man sputterde nog een beetje ("Have a nice day? Really? Why?"), maar droop toch af. Pas toen de man ons gezichtsveld en persoonlijke ruimte weer had verlaten en wij precies tegelijk onze ogen sloten en een zucht slaakten, realiseerde ik me dat we tot dat moment allebei onze adem een beetje hadden ingehouden.

We praatten na over het ongemak van situaties als deze. Over wat de man deed. Wat het met ons deed. En waarom het onaangenaam was.

"Pardon dames, mag ik misschien van jullie leren?"

De man die deze keer ons gesprek onderbrak, zat een eindje verderop op hetzelfde muurtje als wij. Hij had een thermosfles bij zich en een open, vriendelijke blik. Hij had het hele voorval gadegeslagen, zei hij. En nu hoorde hij ons erover napraten en, als wij dat goed vonden, wilde hij er graag wat van opsteken.

Hij was immers zelf ook een man. En hij zag ook weleens ergens een leuke vrouw. Maar ja, wat is dan wijsheid? Wat moet je dan wel doen? Wat moet je dan niet doen? Is op straat op iemand afstappen altijd een slecht idee? Of zijn er ook manieren waarop het wél leuk kan zijn?

We hadden zowaar een open gesprek over flirten en alles wat het leuk en lastig maakt

Mijn vriendin legde uit. Dat wat deze man deed vooral vervelend was, omdat hij niet werkelijk contact maakte. Omdat hij niet ontvankelijk was voor onze signalen. Alsof wij geen mensen voor hem waren, maar slechts figuranten in zijn eigen act. Dat was niet het enige ongemakkelijke, zei ze. De man leek iets op te voeren, iets na te doen, iets uit te spelen, iets waarvan hij blijkbaar ooit had opgepikt dat het de bedoeling was. Een script of toneelstukje, gebaseerd op een idee van mannelijkheid en alles wat daar blijkbaar bij hoort.

Ik vertelde dat ik ooit door een jongen mee uit was gevraagd op straat omdat hij me zo’n leuke uitstraling vond hebben. Dat ik de jongen bedankte voor het compliment en zei dat ik verder geen interesse had. Dat de jongen dat accepteerde, waarna we allebei vrolijk weer onze weg vervolgden. Dat het dus heus ook leuk kan zijn om aangesproken te worden. Als iemand maar echt contact maakt. Als iemand je maar respecteert.

De man met de thermosfles luisterde, stelde vragen en deelde zijn eigen twijfels en ervaringen. Wij stelden wedervragen en probeerden tot antwoorden te komen.

En zo hadden we daar in dat park, op dat muurtje, zowaar een open gesprek. Over mannen, vrouwen, flirten en alles wat het leuk en lastig maakt. Als ware het een Postbus 51-campagne.

Er wordt vaak gezegd dat vrouwen niets meer oké vinden

Nadat ik op sociale media iets deelde over dit voorval, werd ik gevraagd om er verder over te praten in Hoe doe jij dat eigenlijk?, een podcast over mannengedrag. En warempel, weer volgde een nieuwsgierig, open gesprek. Over mannen, vrouwen. Veiligheid. Kwetsbaarheid. Grenzen respecteren. En echt contact maken.

De laatste tijd wordt vaak gezegd dat het gesprek over grensoverschrijdend gedrag zo gepolariseerd is. Verkrampt. Licht ontvlambaar. Dat niets meer gezegd of besproken kan worden. Dat mannen niet meer begrijpen wat gewenst is en wat niet. Dat vrouwen niets meer oké vinden.

Maar dat ene voorval in het park deed me iets inzien. Dat de belangrijke, waardevolle, eerlijke, kwetsbare gesprekken over grensoverschrijdend gedrag misschien niet gevoerd worden door prominente mensen aan prominente talkshowtafels. Maar dat er wel degelijk mensen zijn die bereid zijn ze te voeren. Of dat nu in een podcast is, of zomaar in een park, op een muurtje, onder een frisgroen bladerdak.

Zo leverde één man met zijn haantjesgedrag twee vrouwen weliswaar een ongemakkelijk moment op, maar ook een klein beetje hoop voor de toekomst.

En dat is heel wat waard.

LEES MEER OVER