Close

Ritmisch fietsen tot je zachtjes sterft – op housemuziek

16 juni 2022 07:06 / Floor Bakhuys Roozeboom
Columnist background Columnist image
F Floor Bakhuys Roozeboom (38) is schrijver en journalist. Ze woont in Haarlem met haar vriend en twee kleine kinderen. Hier deelt ze haar verwonderingen over de belangrijke (en minder belangrijke) zaken des levens.

Mijn vriendin Maartje had me gevraagd of ik meeging naar Rocycle. Voor wie de hype de afgelopen jaren even gemist heeft: dat is tussen vreemden in een donkere kamer op een soort hometrainer klimmen. En dan ritmisch fietsen tot je sterft. Op housemuziek.

Toen ik tegen mijn vriend liet vallen dat ik serieus overwoog om op de uitnodiging in te gaan, zag ik onmiddellijk aan zijn gezicht dat hij er zo zijn bedenkingen bij had.

"Je hebt al ruim twee jaar niet meer gesport."

"Klopt."

"Of überhaupt iets sportiefs gedaan."

"Klopt."

"Lijkt dit je dan niet een beetje een, eh, pittig begin?"

"Jawel. Maar misschien is dat juist wel goed voor me."

Iets hips als je doodfietsen op housemuziek, dat doen ze natuurlijk alleen in de hoofdstad

Of het goed voor me was, dat weet ik niet. Overweldigend was het in elk geval.

Het begon al met de logistiek. Ik ben vorig jaar naar Haarlem verhuisd en iets hips als je doodfietsen op housemuziek, dat doen ze natuurlijk alleen in de hoofdstad. En zo kwam het dat ik op een dinsdagochtend, na de ochtendspits thuis en na de ochtendspits in het OV al volkomen verhit met een te grote tas en een te warme jas de strakwitte lobby van het Rocycle-hoofdkwartier binnenstommelde, alwaar vriendin Maartje mij in serene rust zat op de wachten.

Ik moest inchecken bij een balie, kreeg speciale schoenen mee waarmee ik mijn voeten in de speciale trappers van de ingewikkelde fiets moest klikken. Maartje (fiets 45) legde mij (fiets 46) geduldig uit hoe ik het zadel op de juiste hoogte moest zetten, waar de gewichtjes lagen (blijkbaar moesten je armen ook dood) en hoe zwaar die moesten zijn (niet te zwaar). Toen de muziek aanging en de juf motiverende uitspraken de donkere zaal in begon te slingeren (dit was ‘my time’ en ik moest er vooral ’my moment’ van maken), was ik al volkomen overprikkeld.

Naast mij in het donker zag ik hoe de schim van Maartje elegant maar energiek in beweging kwam, als de lenige sportgodin die zij nu eenmaal is. Het hoofd hoog, de schouders laag, de benen ritmisch malend op de pedalen, als ware zij met haar fiets de drijvende kracht achter de muziek.

Zo werden op fiets 45 en fiets 46 twee totaal verschillende dansen uitgevoerd

Het fietsen ging bij mij ook nog wel. Ik had iets meer moeite met de coördinatie. Het bleek bij Rocycle namelijk de bedoeling dat je je niet alleen op de beat compleet de vernieling in zou fietsen, je moest er ook goed getimede armbewegingen bij maken en af en toe je bovenlichaam naar voren werpen en op de maat opdrukken op je stuur.

Nu was dat op zich niet zo’n probleem. Ik heb mijn armen al wel eens eerder ritmisch op muziek bewogen en een paar keer opdrukken op een fietsstuur moet ook nog wel lukken. Maar het was de bedoeling dat je ondertussen ook op volle kracht door bleef fietsen en daar was mijn lichaam het niet mee eens. Iedere keer als ik na het opdrukken omhoog kwam en mijn bovenlichaam terug naar achteren bewoog, kregen mijn benen de indruk dat ze óók achteruit moesten gaan fietsen, waardoor ik onmiddellijk de grip op zowel de beat als mijn trappers verloor, met een schok tot stilstand kwam en steeds weer even nodig had om me zo nonchalant mogelijk te herpakken.

Zo werden er op fiets 45 en fiets 46 dat uur twee totaal verschillende dansen uitgevoerd. Ik ploeterde, Maartje zweefde. Maar na een tijdje begon ik in te zien: in het donker was er eigenlijk niet zoveel verschil. We zaten allebei op een fiets. We hoorden allebei muziek. We ademenden. We zweetten. We bewogen.

Je helemaal de taffes trappen op housemuziek, dat is eigenlijk net als het leven

En toen maakte ik er toch nog even helemaal ‘my moment’ van. De muziek leek steeds harder te klinken, de fietsende schimmen van de rijen voor me verdwenen in het grote zwarte niets. Ik trapte de verbouwstress eruit. De deadlines. De vermoeidheid. De driftbuien van mijn dochter. De zwemlessen van mijn zoontje. De planningsessies met mijn vriend. Alle wie-doet-in-godsnaam-wat-en-wanneer-logistiek.

Na afloop zaten Maartje en ik samen op een bankje bij een café onze gloeiende wangen te blussen in de buitenlucht. Mijn hoofd was rood. Mijn lichaam tintelde. We dronken koffie. We bespraken onze week. En we wisten allebei dat we hier de volgende keer weer zouden zitten.

Want, om er maar even een oude tegeltjeswijsheid in te gooien: je helemaal de taffes trappen op housemuziek, dat is eigenlijk net als het leven. Het gaat er niet om hoe soepel het eruit ziet. Of hoe hard je gaat. Het gaat erom hoe het voelt terwijl je het doet. En wie er naast je zit.

LEES MEER OVER