Close

Verandering van plaats doet zweten

08 november 2022 11:11 / Malou Holshuijsen
Columnist background Columnist image
M Malou Holshuijsen (35) is schrijver, journalist en podcastmaker. Op deze plek geeft ze ons om de week een kijkje in haar leefwereld. Van de lusten van een latrelatie tot de lasten van alledaags seksisme.

Ik had uitgekeken naar de reis, de rode pluche stoelen in de eerste klas. Mijn Antwerpse schrijfretraite begon in een stilstaande wagon op spoor 15 van Amsterdam Centraal. Met een knopje aan de zijkant kon ik de leuningen van mijn brede stoel aanpassen. Ik drukte en draaide en kwam tot de conclusie dat alle standjes eruitzagen alsof ik werd klaargelegd voor een bezoekje aan een tandarts met snode wortelkanaalplannen. 

Oké, eerlijk is eerlijk. Natuurlijk baalde ik van het gezin met twee schreeuwende kinderen en een huilende baby in 'mijn' wagon plaatsnamen, maar toen ze allen een eigen iPad voor hun gezicht kregen en ik mijn geluidsdichte koptelefoon opzette, lachte de regenachtige buitenwereld me toe. Ik zat op rood pluche, droog en tevreden. 

We waren nog maar net vertrokken toen hij opeens naast me stond. Een man met een ietwat norse uitstraling. Ik betrapte me op het vooroordeel waar ik zelf eerder deze week van uit mijn slof schoot, toen een man op straat 'lachen is gratis' tegen me zei. Zomaar, uit het niets. Hij stak twee duimpjes op. Ik weet niet wat me kwader maakte, de opmerking of die twee verrekte duimpjes. 'Niet op maandagen', schreeuwde ik hem na, vervolgd door een veel zachtere 'lul'. 

Mijn brein is gevuld met fobieën, een foutje van de natuur

Ik hoopte dat de man in de trein voorbij zou lopen en probeerde oogcontact uit de weg te gaan. Ik typte snel, alsof de woorden en zinnen werden gedicteerd. Hij bleef staan, en hoe graag ik mijn Oost-Indische genen ook inzet, het lukte me niet de man te blijven negeren. In zijn hand hield hij een telefoon met daaraan een kabel. Hij zei iets wat door mijn koptelefoon geïnterpreteerd kon worden als vrijwel alle mogelijke zinnen die je tegen iemand in een trein kan zeggen. 'Dit is mijn stoel' of: 'Weet u misschien wat het volgende station gaat zijn?'. Hij gebaarde dat ik mijn koptelefoon af moest zetten. Ik aarzelde, maar gaf gehoor aan zijn verzoek. 

Hij zei geen 'hallo', of 'goedemiddag', maar vroeg: "Zouden wij van stoel kunnen ruilen? Ik moet mijn telefoon opladen en mijn stopcontact werkt niet." Hij wees een paar stoelen naar achter. "…Aangezien jij je stopcontact niet gebruikt", vulde hij aan. Zijn stoel, zeker een paar meter dichter in de buurt bij het – nu nog, maar je weet nooit voor hoelang – iPad-gezin, was een exacte kopie van mijn plek. Iets waar de man me nog even op wees. "Het maakt voor jou niks uit." 

Ik wilde zeggen dat abrupte verplaatsingen van meubelstukken of zitplekken mij m'n hele leven al de stuipen op het lijf jagen. Net zoals gele plakken kaas, gaten in de muur waarvan ik het einde niet kan zien en de snelweg.  Mijn brein is gevuld met fobieën, een foutje van de natuur, die vergat mijn hersenen door te geven dat mijn lichaam niet in opperste staat van paraatheid hoeft te zijn wanneer een onverwacht moment, voedingsmiddel of stuk stucwerk zich aandient. 

Van alle kanten wachtten de medepassagiers op mijn antwoord

Ik wilde zeggen dat, hoewel ik wist dat ik niks te vrezen had, mijn hoofd dat anders opvatte en mij in een blinde paniek een paar rijen naar achter zou sturen. Er was niets in de wereld wat ik minder graag wilde dan met deze man van stoel wisselen. Liever een uur vertraging. Liever nooit meer in de eerste klas. Liever nooit meer alleen met de trein. "Nou?" Hij maakte alvast ruimte zodat ik op kon staan. Mensen in de coupé hadden ons gesprek gevolgd. Van alle kanten wachtten de medepassagiers op mijn antwoord.

De smoes was eruit voordat ik er erg in had, ik durfde niet te zeggen dat een verandering van plek mijn dag zou ontregelen. "O, oké", zei de man en liep door naar de stoel voor mij. Daar dropte hij dezelfde vraag. Die persoon vond het geen enkel probleem. Hij niet. Hij was 'normaal'. Met een vlaag van opluchting zakte ik weer in mijn stoel. Mijn handen waren klam. 

Ik ademde rustig in en uit.

Opende Google. 

En zocht op hoe iemand met een onlangs geopereerde knie in vredesnaam de trein uit zou strompelen. 

Malou is schrijver, journalist en programmamaker. Een jaar geleden verscheen haar debuutroman ‘Zachtop lachen’, daarnaast presenteert ze de podcast ‘Dit komt nooit meer goed’ met Roos Schlikker, en de podcast ‘Tussen dertig en doodgaan’, samen met Tatjana Almuli.


Instagram: @malouholshuijsen

 

Malou Holshuijsen

LEES MEER OVER